Oude ligfietslijst: bericht 21466

Vorige bericht | Volgend bericht | Berichtenindex

Van: "A.T. de Boer \(private\)" <adb@v...>
Datum:  Fri Jul 5, 2002  3:12pm
Onderwerp:  Ligfietsen in Iran (4) : Teheran - Sari

Ligfietsen in Iran (4): Teheran – Sari.

De agent komt dreigend op me aflopen. “Of ik een foto gemaakt heb?” vraagt
hij me op niet mis te verstane wijze. Goed, ik spreek geen Farsi maar zijn
lichaamstaal en zijn houding is duidelijk. Hij trekt aan mijn fototoestel
en ik realiseer me dat hij de film uit mijn camera wil prutsen. “Verdomme,
hier staan de mooiste foto’s op, man!” schreeuw ik tegen hem en pak hem
even bot de camera af. De agent voelt zich aangetast, is kwaad en begint
aan mijn tassen te trekken. Andere agenten die het zien komen er ook op
af. Een patstelling. Ja, ik heb inderdaad een foto gemaakt, maar wat is
daar fout aan? Tien meter voor ons staat een achterovergezakt Paykan
autootje met zijn linkervoorwiel in de lucht hangend. Bij het
rechtsafslaan heeft de bestuurder de bocht te krap genomen en is met zijn
achterwiel in de niet goed afgedekte goot in de kant van de weg gekomen.
Een vermakelijk tafereeltje dat de non-stuurmanskunst van de gemiddelde
Iraanse chauffeur én de soms verrassende aspecten van het Iraanse wegennet
twee-in-één illustreert. De Iraanse wegen zijn goed, maar soms ontbreekt
plotseling een putdeksel, is er een onaangekondigde betonnen roadblock
of –zoals hier – ontbreekt de afdekking van de vele goten die kriskras
onder het wegennet doorlopen. Ik maak duidelijk dat ik inderdaad een foto
gemaakt heb van die Paykan. Eén van de agenten beaamt het, hij heeft het
gezien en daarop bindt de eerste agent in. Wat blijkt? Het hele tafereel
heeft zich voor een totaal gewoon uitziend gebouw afgespeeld waar op de
muur een nauwelijks herkenbaar bordje prijkt van een
camera-met-een-streep-erdoor. Met goed zoeken kan je het inderdaad achter
de bomen herkennen, maar de gemiddelde passant zal het in geen honderd
jaar ontdekken. Het gebouw blijkt een politiepost te zijn. De
toegestroomde agenten maken de eerste agent duidelijk dat het inderdaad
niet om het fotograferen van de post gaat en met wat handen schudden kan
ik opgelucht mijn weg vervolgen. Jemig, wat kan een onschuldig lijkend
fotootje tot een drama leiden!

Weg uit Teheran
Teheran uitfietsen is geen sinecure. De stad ligt tegen de onderste
hellingen van de Alborz bergen aan en ik moet bij de familie Kasemi
vandaan, met wie ik de avond ervoor naar de bruiloft ben geweest, vanuit
het centrum eerst noord koersen en dan oostelijk de stad uit. Een voor de
hand liggende route leidt vlak langs de Nederlandse ambassade en ik maak
even een babbeltje met een van de medewerkers en het is dan ook al in de
middag als ik de stad uitfiets. De meest logische route is over de snelweg
en dat is nog wel zo prettig en zo veilig. Bovendien stroomt hier het
verkeer tenminste door en hangen er wat minder uitlaatdampen dan in de
gewone uitvalswegen waar het verkeer volstrekt vast zit en de wind minder
komt. Langzaam kleurt de lucht boven de horizon terug van bruin naar
bruinblauw. De weg klimt naar 1600 meter en eigenlijk zou het heldere
berglucht moeten zijn, maar Teheran is één van ’s werelds meest vervuilde
steden. Je voelt het ook in je longen met het ademhalen. Daarnaast word je
waanzinnig smerig van alle stof en roet die in de lucht hangt.

Voor mijn gevoel ben ik hier in Teheran op de helft van de tocht. Van hier
naar Mashhad is ongeveer spiegel symmetrisch met wat ik tot nu toe gedaan
heb: eerst een eind verder naar het oosten, dan terug naar het noorden
trekken, de bergen over en afdalen naar de Kaspische Zee en daarvandaan
weer rechtsaf naar het oosten en door naar Mashhad. Alleen is het iets
verder. Tot nu toe staat er vanaf Tabriz 850 km op de teller, dit tweede
deel schat ik op ongeveer 1000 km. Het wordt krap want door de regen heb
ik toch tijd verloren, maar het oostelijk stuk rond de Kaspische Zee is
toch minder nat dan het westelijk stuk en ik hoop daardoor wat langere
dagen te kunnen maken. Maar nu wil het allemaal nog niet opschieten: je
moet goed op het verkeer letten, de afslagen staan -ook hier op de
snelweg-- niet goed aangegeven, de kaart blijkt fouten te hebben waardoor
ik verkeerd rijd, het heuvelt flink en in absolute termen is het toch
druk. Daar komt bij dat aan de weg gewerkt wordt. Invoegend verkeer,
uitvoegend verkeer, twijfelende bestuurders die niet weten of ze
wegpylonnetjes links of rechts moeten passeren, hangende auto’s die je van
links en van rechts willen bekijken of onder het rijden een praatje met je
willen maken, kortom: dit zijn gewoon de moeilijke en gevaarlijke stukken.
De zon brandt, het is een graad of 30, maar als de weg stijgt kom ik niet
boven de 10-12 km/h uur, temeer daar meer kracht zetten tot diepere
ademhaling en tot meer irritatie van mijn longen leidt. Grote 30-tonners
passeren mij, ruím weliswaar maar iedere passant zet mij gedurende 10
volle seconden in het verlengde van de brullende uitlaatpijp. Dan blazen
de föhnhete en gore uitlaatgassen je recht in je gezicht. Dit is ook de
reden om niet te hard te rijden: als je nog reserve overhebt lukt het
tenminste om gedurende de 10 seconden je adem in te houden en de ergste
walm te laten passeren. Heuvelaf is het anders. Waar dan de vrachtauto’s
remmend moeten inhouden kan ik mij tussen het passerend
personenautoverkeer voegen. Tot grote hilariteit van de inzittenden en dat
is mijn voordeel: de mensen vinden zo’n ligfiets dermate geweldig dat ze
graag achter me blijven hangen om de fiets te kunnen bekijken. Zo gaat het
een dertigtal kilometers door: 10-12 km/h bergop naast/tussen de
vrachtauto’s en 50-60 km/h in de afdaling, tussen de personenauto’s op de
inhaalstrook. Maar het is dodelijk vermoeiend, vergt opperste concentratie
en ik verplicht me om die reden dan ook iedere 30 minuten even te stoppen,
ook om wat te drinken en het ergste roet uit de keel te spoelen.

Bij een van de stops schrik ik me rot. De verende voorvork laat me voor de
derde keer (eerder in India en in Turkije; voor kenners: het is een
Marzocchi, oliegedempte vork) in de steek! Een dragende bout is gebroken.
De constructie zat met twee bouten vast dus ‘doet het nog wel’ maar het is
zondermeer gevaarlijk. Als de tweede bout knalt, breekt de voorvork onder
me vandaan. Leuk met de vrachtauto’s naast en de personenauto’s achter me.
Maar hoe lang is dit al zo? Dat is immers een goede indicatie voor de
urgentie. Een uur? Een dag? Al een week? Ik besluit er voorzichtig mee
door te rijden, niet te remmen op de voorrem, uiterst rechts te rijden en
op zoek te gaan naar een werkplaats. Morgen is het immers vrijdag en is
vrijwel alles dicht en ik wil er niet een hele dag op doorrijden. Gezien
de deplorabele staat van het wagenpark zijn reparateurs hier dik gezaaid.
Binnen 3 kilometer vind ik een clustertje van 4 garagebedrijven. De eerste
tien minuten kan ik geen boodschap overbrengen: alle mecaniciens staan met
opperste verbazing naar de fiets te kijken, trekken aan ieder kabeltje,
verstellen ieder hendeltje, knijpen in de banden en in de remmen en ik heb
geleerd dat je door dit ‘proces’ heen moet. Als ik ze nu ga vragen de
breuk te herstellen zijn ze zo afgeleid door de andere dingen op en aan de
fiets dat je toch niet ter zake kunt komen. Ik vertel dus eerst honderd
uit over de fiets, dat ‘ie wel $ 200 kost (heb de laatste weken ontdekt
dat dat een bedrag is waarvan iedereen zegt: ‘duur maar begrijpelijk’) en
dat ‘ie erg lekker rijdt. Als de euforie wat geweken is kan ik het
probleem overbrengen. Vorig jaar in India had bij een vergelijkbaar
probleem een lasser de gebroken bout er uit gelast, ik stel hun dat voor
ook te doen, maar deze jongens prefereren uitboren, nieuw schroefdraad
tappen en vastzetten met een nieuwe, grotere bout. Een uur later staan 6
reparateurs glimmend van trots om mijn fiets. De klus is geklaard. Tja, in
zulke landen wordt tenminste nog gerepareerd, bij ons wordt weggegooid en
vervangen, maar hier zegeviert het improvisatietalent nog. En ik moet
zeggen: het ziet er degelijk uit. Dolblij kan ik verder, temeer daar de
bergen –en dus ook de hoge snelheden- weer komen. Ook wel een beetje
beduusd, want ik heb niet goed in kunnen schatten hoe groot en reëel nou
het gevaar precies geweest is.

Wildstaan
Door dit grapje haal ik mijn gehoopte stadje voor het einde van de dag
niet. En is het eerst dat ik me hier eenzaam voel. Het autoverkeer wordt
minder snel minder, iedereen verlaat de weg, het loopt al tegen zevenen en
binnen een uur gaat de zon onder. Maar ik merk dat het aangenaam pruttelt
in mijn hoofd. Tot nu toe heb ik nog nergens wild gekampeerd in Iran, maar
wat weerhoudt me.....?? Uiteindelijk heb ik niet voor niets een tent bij
me. Spannend: alleen de steppeachtige wildernis in te duiken! Maar het
heeft niet veel tijd nodig om mijn gedachten uit te laten kristalliseren.
Dit is wat ik eigenlijk de hele tijd al wil!Vannacht gewoon geen
hotelletje (mustaferganeh) of bij mensen slapen, nee, gewoon wild staan.
Maar haast is geboden. Binnen anderhalf uur is het stikdonker en wil ik,
naast een plaatsje gevonden te hebben, ook nog wat hebben gegeten. Bij de
eerste de beste winkel die ik tegenkom sla ik fruit, bonen in blik, wat
vis en ruim 7 liter water in. Tien kilo zwaarder vervolg ik mijn weg. Goh,
wat ben ik met deze zwaardere belasting blij dat ik zo snel de vork heb
kunnen laten repareren. Veertig kilometer buiten Teheran, de stad is
definitief uit zicht doordat de weg een heuvelrug doorkruist, stop ik.
Hier loopt een karrenspoor haaks op de weg de heuveltjes in. Een kilometer
verderop, achter de top van het eerste heuveltje, ja, dat wordt mijn
nieuwe stek. Niemand om me heen, ja heel in de verte ligt een dorp en een
bedrijf, maar dat is zeker 6 kilometer verderop. Ik hervind snel het
ritueel van wild-staan: Snel wassen (dat ben je van de zweetlucht af en
komen er veel minder muggen op je af) koepeltentje opzetten (haringen niet
nodig) en bij het restant schemerlicht en aanvullend kaarslicht eten. In
het westen hangt de gloed van Teheran achter de heuvels. Boven me is het
pikzwart. Het landschap ziet er Marsiaans uit: droog, rotsen en keien.
Venus, Jupiter en de Maan staan waardig in het westen. Ik parkeer de fiets
tegen een rots en fotografeer het geheel in tegenlicht tegen de laatste
schemergloed. Met het verdwijnen van het laatste avondlicht gaat ook bij
mij het kaarsje uit. Het is nog maar halfnegen, maar zo ver van de
bewoonde wereld is het slimmer je aan het licht-donker ritme aan te passen
dan aan het horloge. Doodmoe maar met een rond gegeten buikje kruip ik
tevreden in het donker in mijn slaapzak: Het was de zwaarste dag, de
goorste dag, ik heb voorvork kunnen laten repareren maar ben helemaal
schoongewassen (als je het slim doet heb je voor je complete lichaam maar
2 1/2 liter water nodig) en heb zowaar nog prima gegeten. Wat wil je nog
meer? Het zijn van die momenten dat je een feestje in jezelf viert en weet
‘dat-het-je-allemaal-lukt’. Wat wil je nog meer? Onder de sterrenhemel,
ver van alle mensen, met het ligfietsje, midden in de droogte van Iran!
Erg voldaan ga ik slapen.


Het worden mooie fietsdagen, ik heb de juiste route uitgekozen. Naar
Mashhad (2 miljoen inwoners dus er is veel verkeer Teheran-Mashhad)
bestaat een kortere route dan deze, maar deze is mooier en -doordat ‘ie
100 kilometer langer is- is deze ook veel minder druk. Per tien kilometer
dat je verder van Teheran afkomt merk je dat het verkeer minder wordt. Een
volle dag wordt de Damavand mijn grootste vriend. Deze vulkaan is Iran’s
hoogste berg ((5600 m)en heeft de meest klassieke vorm die je van een
vulkaan voor kunt stellen: kegelvorm met eeuwige sneeuw erop. Een volle
dag lang rijd ik langs deze machtige en fraaie reus. De weg golft
geleidelijk en de weg naar Firuskuh vernauwt zich meer en meer in een
vallei, waarachter, als er aan de linkerkant even een zijdal opdoemt
meteen de Damavand zich weer in alle statigheid en glorie vertoont. Over
de flanken van de bergen dwalen de schaapherders. Stok in de hand,
handdoek over het hoofd tegen de hitte en soms met een hond erbij om de
schapen bijeen te houden. Vaak zie ik ze al van verre in de bergen staan
en groeten we als op het moment van dichtste naderring, maar de keren dat
ik ze niet zie, hoor ik gefluit of geroep in de verte, trekken ze mijn
aandacht en gaan de handen omhoog.. Het is warm en de laatste dagen merk
ik dat ik vrijer ben geworden in mijn kleding. Fietste ik de eerste dagen
altijd met lange mouwen (en vaak moest dat ook wel ivm de kou) vanaf
Teheran ben ik korte mouwen gaan dragen. Teheran is immers ‘de meest
geseculariseerde stad’ (ahum) van het land. Maar het wordt hier zo rustig,
er passeert me maar een auto per 5 minuten dat ik het er op waag: Lange
broek uit, fietsbroek aan. Ik weet dat het op het randje is van wat kan,
maar gok het er op. Algemeen wordt gezegd dat sportkleding ‘tijdens het
bedrijven van echte sporten’ kan. En het blijkt juist. Natuurlijk houd ik
de lange broek voor het grijpen en gaat die onmiddellijk bij iedere stop
aan, maar niemand kijkt er gek van op. Toch, hitte, hitte...... is het wel
hitte? Waar ik me danig op te blijk verkijken is de zon. Niet alleen staat
deze rond het middaguur 80 graden hoog boven de horizon, de weg klimt ook
langzaam door en door en de lucht wordt schoner en schoner. Ik verbrand
licht op mijn armen en benen, maar vergeet straal dat de zon vooral recht
in mijn nek staat de branden. Een dag later is dat ook knal en knal
verbrand. Ja, wat wil je ook op 2300 meter hoogte. Wat ik dacht dat de
hitte van de lucht is, blijkt toch vooral de instraling te zijn. Vanaf nu
rijd ik dan ook consequent ingepakt onder of beschermd met pet, bril en
vooral (anti!)zonnebrandmiddel dat ik gelukkig uit Nederland had
meegenomen. Inderdaad ‘gelukkig’ want de eerste Iraniër die zich hiermee
insmeert moet ik nog zien en het spul kan je hier nergens kopen.

Snel…. sneller….
Dit zijn echt de stukken waar de kracht van de ligfiets zich toont en op
deze goede wegen rijdt het dan ook fantastisch. Ondanks lichte tegenwind
(ok, toegeven de luchtdruk en dus de luchtweerstand zijn ook 20% lager)
kan ik hele stukken met 28-29 kilometer per uur kruisen, voorwaar niet
slecht! Zeker bedenkend dat ik niet erg licht bepakt ben (op dit moment
ongeveer 15 kg bagage) en de fiets zelf ook 22 kilo op de plank legt. Als
de wind hier niet tegen zou staan zijn dit de stukken waar de snelheden
hoog op kunnen lopen, vooral als het wat gaat dalen. Ik weet het uit
ervaring: om recordsnelheden te bereiken zijn drie randvoorwaarden
noodzakelijk: (1) de weg moet recht genoeg zijn, (2) je moet je boven de
1500 meter hoogte bevinden omwille van de dunnere lucht en (3) natuurlijk
moet het dalen. Steil dalen is niet echt belangrijk, 4-5% is voldoende.
Aan het eind van de dag, als het dal zich wat in richting verlegt gebeurt
het ook. De wind draait, ik schakel door en zet aan. 50, 60 km/h en de
zandauto die mij zonet inhaalde kan hier in de afdaling niet voluit. Ik
moet me inhouden, moet mijn ogen beschermen tegen het afwaaiend zand en
nadat ik hem voorbij ben, kan alles voluit. Snel zie ik de teller weer
oplopen. 60, 70 km/h -ik zet verder aan- 80 km/h en het gaat dóór. De
fiets voelt als een trein, de wind buldert om me heen en ik ben blij dat
die vork gerepareerd is. Nu kan ik nog even alles op alles gooien. In de
volgende spurt loopt de teller verder op en eindigt bij 89,9 km/h.
Negenentachtigpuntnogwat, een overtreffing van mijn oude record in Turkije
met precies 1 km/h! Harder gaat niet, temeer daar er bochten komen.
Minuten lang dender ik door, het blijkt een lange geleidelijke afdaling te
worden met meer en meer bochten. En langzaam loop ik ook op een sliert
personenauto’s in. Als de bochten erbij komen blijk je op de ligfiets
sneller dan met de auto. De blik is dan ook telkens één van stomme
verbazing als ik een Paykannetje inhaal. Van verbazing houden de mensen in
en geven gas bij om achter je te blijven hangen. Dat is niet de bedoeling!
Ik stop dan ook een paar keer om de achtervolgers te lossen. Nee, snel
afdalen is leuk, maar niet met 1000 kg staal achter je aan. Zeker niet als
je weet dat er een Iraniër achter het stuur zit.

Terug naar de Kaspische Zee
Mijn streven is om deze dag 140 kilometer af te leggen en alvast te
beginnen met de afdaling naar de Kaspische Zee. Maar in de tussentijd ben
ik zover gedaald dat er zich tussen de zee en mij nog een bergrug bevindt.
Kortom: er moet geklommen worden. Bij Firuskuh is de bergrug te zien:
Twintig kilometer verderop torent de hartlijn van het uitgestrekte
Alborzgebergte boven deze niet-zo-hoogvlakte uit. De bergrug is overal
ongeveer 3½ kilometer hoog -er bevinden zich vierduizenders tussen- maar
er is een pasdoorgang op ruim 2200 meter, 500 meter hoger dan hier. Vlak
voor ik Firuskuh binnenrijd is dit goed te zien. En ik schrik. De rug is
zichtbaar, de pasdoorgang ook maar.... uit de pas komen hele partijen
wolken aanzetten die, eenmaal over de pas heengeblazen naar mij toe
volledig oplossen. Dat komt me bekend voor! Precies het tegenovergestelde
als een week terug toen ik uit Rasht vertrok om de regen te ontlopen. Het
is er in ieder geval zwaar bewolkt, dat is zeker, terwijl het hier
gortdroog is en de lucht staalblauw. Ik stop daarom in Firuskuh om te
overleggen. In een restaurant vraag ik of iemand iets weet van de
weersvoorspelling voor morgen voor de Kaspische Zee, of de huidige
situatie aan de andere kant van de bergen. De restauranthouder loopt met
me naar buiten, kijkt naar de pas en is onverbiddelijk. “Het regent er”,
maakt hij duidelijk. Ik vraag het ook iemand anders en hij zegt dat het
een gouden regel is: “Als de wolken op deze manier over de pas heen
krullen regent het aan de andere kant,” zegt hij, “maar gieten kan ook.”
Iemand anders bevestigt het. Hij was vanochtend aan de andere kant van de
bergen en het regende daar gestaag. Mijn besluit staat vast. Hier eten,
water en ontbijt inslaan, nog even iets doorrijden en voor de klim naar de
pas overnachten. Het wordt een schitterende overnachting. Omdat het hier
wat vlakker is wordt er wat gemakkelijker bevloeid en is het hier groener.
Dat is makkelijk: stromend water in de buurt! Een half uurtje later lig ik
poedelnaakt in het riviertje te spartelen en nog even later staat het
tentje. In het westen wordt de Damavand nog door de zon aangestraald. Als
ook de zon haar laatste stralen van haar top terugtrekt houd ik het ook
voor gezien. Het is kraak- en kraakhelder en het wordt koud. Daar dat er
‘s nachts ijs op de tent komt verbaast me. Maar dat dat ijs de volgende
ochtend tot een uur na zonsopkomst blijft liggen verbaast me helemaal.

In de weidsheid van de hoogvlakte is het onmogelijk afstanden goed in te
schatten. ‘s Ochtends als ik de weg oprijd ligt de pas recht voor me en ik
weet dat het nog ongeveer 20 kilometer is. Maar als iemand 10 km of 40 km
zou zeggen zou je het ook geloven. De wolken zijn verdwenen en iedere
individuele vrachtwagen (personenauto’s zijn te klein) kan je over de pas
zien komen piepen en heeft vervolgens een klein half uur nodig om me te
bereiken. Ik heb zelf 1½ uur nodig om er te komen. Ha, fantastisch. 2200
meter hoog en voor me ligt ruim 130 kilometer afdaling/vals plat naar
Sari, de eerstvolgende eerste echte ‘stad’. Ik hoop al vroeg in de middag
in of zelfs iets voorbij Sari te zijn. Maar het lijkt mooier dan het is.
Net als bij Rasht staat de wind van de zee afgericht, het binnenland in
tegen me in dus, en juist hier bij zo’n pas is het een tochtgat en waait
het extra hard. Nog even loopt de snelheid op tot 60 km/h en dan is het
gedaan. Het rijdt vermoeiend, de wind rukt aan alle kanten, het begin van
de afdaling is steil (veel vrachtauto’s, veel inhalen want met je remmen
slepen geeft oververhitting en kans op klapband) maar zeker het begin is
erg fraai. Ik stop regelmatig. Waren het aan de andere kant van de pas
vooral grasachtige planten die er groeiden, hier zijn het zeeën van
felkleurige Alpenboeketten, nee complete struiken die er staan. Paars,
roze, felgeel, alle kleuren van de regenboog -en dus zelfs meer- staat
hier. 1 – 1 ½ meter in diameter, niet erg hoog, maar uitbundig bloeiend.
En goed gewapend tegen de schaapjes en geitjes, want hoe vrolijk ze er ook
uitzien, ze zitten allemaal barstensvol met stekels. Nog verder verandert
het landschap. De bloemen verdwijnen voor grassen en het grasland
verdwijnt voor granen en het graan verdwijnt voor rijstvelden. Hoe is het
mogelijk! Binnen 60 kilometer een metamorfose van hier tot Tokio,
aannemend dat bij Tokio ook rijst wordt verbouwd. En inmiddels is ook de
bewolking teruggekomen. Maar niet zo zwaar en er zitten gaten in. Het
brengt me op een idee: even navragen hoe het gister was. En inderdaad: bij
de eerste stop geeft iemand het antwoord. Gister heeft het hier de hele
dag geregend. En ik kan het me levendig voorstellen want overal liggen
diepe plassen.

Op naar Sari
Binnen enkele tientallen kilometers zijn al de hoogtemeters verspeeld en
is het vrijwel vlak uitrijden naar Sari. De wind staat nog steeds straf
tegen en daardoor zal de dag toch langer duren van verwacht. Daar komen af
en toe de politiecontroles bij. Vaak verlopen die vlot maar er is ook een
waar de politieman me met open armen ontvangt, uit enthousiasme wil weten
wat er in ál mijn tassen zit en bijna alles wil laten uitpakken en met
mijn paspoort in de hand al zijn collega’s langsloopt. ‘Niederland!
Niederland!’, roept hij naar alles en iedereen. Met als gevolg dat dat
weer tot een toeloop van mensen leidt die je uit moet leggen waar je
vandaan komt, dat er echt geen motor op de fiets zit, dat het naar beneden
wel maar naar boven niet hard gaat, etcetera, etcetera. Op zo’n manier
kost een onschuldige paspoortcontrole toch weer gauw 20 minuten.

Sari maakt de bezoeker in eerste instantie niet warm of koud. Maar het is
de eerste echte stad na Teheran. Misschien wel formaat Alkmaar. Ik verheug
me er op: wildstaan is leuk, maar overnachten in een mustafarganeh
(eenvoudig hotelletje) geeft veel meer aanspraak. En je kunt weer eens
echt goed douchen en wat dingen wassen. Maar makkelijk gaat het niet.
Hotelletjes zijn er haast niet meer, de enkelen die de LP aangaf blijken
gesloten en het is echt de lokale bevolking die met met hard nadenken een
overnachtingsplaats kan suggereren. Maar ook het gesuggereerde hotel geeft
geen gehoor: liever geen buitenlanders, want dat geeft alleen maar poespas
met de politie. Het kost me 1½ uur zoeken om uiteindelijke een
mustafarganeh te vinden die wel buitenlanders accepteert. Geen douche bij
de kamer. Op de gang dan? Nee, ook niet. Gasten worden blijkbaar geacht
zich niet te douchen. Op een kamer na, dan, een driepersoons. Die neem ik
dan maar. Ik kan hier ook even langs de fietsenboer. De fietsenklungel in
Teheran heeft weliswaar keurig de ketting vervangen, maar heeft de
uiteindjes 180 graden gedraaid aan elkaar geponst! De slag zit in het
onderste stuk waar de ketting over bijna 2 meter door een buis van achter-
naar voortandwiel loopt, maar het is toch niet zoals het moet. Omdat ik
zelf geen zin heb in vuile handen en doodmoe ben na 133 km afdalen, vals
plat en tegenwind, vraag ik de fietsenboer even of hij het wil doen. Wat
mezelf een kwartiertje zou kosten kost hem drie kwartier. Iedere keer
springt het kettingasje weg als hij hem terug wil hameren. Waarschijnlijk
is het uit gêne en niet uit Islamitische beleefdheid (Ta’arof) dat hij er
niets voor wil hebben. Maar ik ben in de tussentijd 3 koppen thee verder
en dat is in de broeierige warmte hier ook wel een plezier. Toch merk ik
dat de mentaliteit hier anders is. Alles is zakelijker -behalve bij de
fietsenboer- gaat alles hier meer om geld en voor het eerst proberen
mensen me echt te tillen. Een telefoontje naar Nederland,
antwoordapparaat: 30 seconden luisteren en <1 minuut inspreken wordt voor
5 minuten in rekening gebracht (er zou geen minimumgespreksduur zijn). Met
het hogere tarief (2 Euro/min) maak ik er opmerkingen over. Ze feliciteren
me met het feit dat ik het doorheb en er opmerkingen over maal. Meestal
komen hier Turkmenen en die worden op deze manier behandeld. Maar het
belangrijkste is dat ik er een lange avond lekker kan uitrusten. Heerlijk:
even de late avondbazaar op en genieten van alles wat je er kunt kopen:
noten, rozijnen, aardbeien, verse yoghurt en soms ook de meest onbekende
en exotische vruchten die mensen zelf verbouwen en op de markt verkopen.
En daarna rondneuzen en zoeken naar de oude tombes van een paar veldheren
van de middeleeuwen. Ja, zo’n stadje heeft ook z’n charme….

<<wordt vervolgd>>


[Non-text portions of this message have been removed]





  Reacties Auteur Datum  
21479 Re: Ligfietsen in Iran (4) : Teheran - Sari A.J. Bonnema Fri  7/5/2002  
22213 Cannondale ligger M.F. van Hulst Sun  8/11/2002  
22214 Re: Cannondale ligger Koen Van den Bergh Sun  8/11/2002  
22215 Re: Cannondale ligger Mark van Gorkom Sun  8/11/2002  
22220 Re: Cannondale ligger Jeroen Beekhuis Sun  8/11/2002  
22225 Re: Cannondale ligger Koen Van den Bergh Mon  8/12/2002  

Vorige bericht | Volgend bericht | Berichtenindex